In een land hier heel ver vandaan leefden eens een Koning en en Koningin. Hun Majestueuze kasteel, dat zich boven op de Voorstraatberg bevond, was van heinden en verre te zien. In de tuin van het Kasteel lag een grote vierkante vijver. De koning was regelmatig te vinden op de verlaten wegen rond het kasteel, scheurend in zijn koets. Hij en zijn vrouw wilden heel graag een kindje, maar de koningin werd maar niet zwanger. Op een dag was de koningin aan het zwemmen in de vijver. Ze wilde net haar laatste baantje gaan trekken, toen ze plotseling luid gekwaak hoorde. Het was afkomstig van een grote kikker die aan de rand van de vijver zat. “Kwaaak, kwaaak, als jij mijn naam raadt, dan zul je binnen 9 maanden een dochter in je armen kunnen houden”, sprak de kikker. “Nou, dat is wel een heel gemakkelijke opgave”, zei de Koningin. “Jij bent Marjon, ik zie jou wel vaker in deze vijver duiken!”En zo geschiedde, negen maanden later beviel de koningin van een dochtertje met lange blonde haren. Ze noemden haar Marliejee, wat al snel veranderde in Liesje.
De Koningin en de Koning waren ontzettend blij en organiseerden een groot bal om de geboorte van hun dochter te vieren. Uit alle hoeken van het land kwamen mensen naar het kasteel om te proosten op het nieuwe prinsesje. De liters Boswandeling vloeiden rijkelijk en al snel zag de grote balzaal blauw van de sigarettenrook. De koningin had ook de drie feeën uit het bos uitgenodigd, om haar dochter te zegenen.
Irena, Antonia en Stephania hielden wel van een feestje en waren natuurlijk de beroerdsten niet, dus kwamen zij halverwege de avond langs om Liesje te voorzien van een magische spreuk. Maar nog voordat zij haar een bijzondere gave konden toekennen, begon het heel hard te waaien, doofden alle kaarsen en pakten plots donkere rookwolken zich samen in het midden van de grote zaal. In de rook verscheen een gedaante met een groot hoofd dat leek op een ruimtewezen. Het was Renee van Maurik. “Waarom ben ik niet uitgenodigd?”Haar rode ogen brandden van woede. “Ik spreek een vervloeking uit over Marliejee. Overal waar zij zich zal bevinden, waar ook ter wereld, zal zij zich in de buurt van water niet meer kunnen beheersen en het water inspringen. Zodra zij het water zal raken....” Maar Renee kon haar laatste zin niet meer afmaken. De goede fee Stephania had een glas boswandeling van tafel gepakt en dat over Renee heen gegooid. Renee schreeuwde het uit van de pijn en smolt langzaam weg, totdat er niets meer van haar overbleef. Alleen haar ogen rolde nog over de vloer van de zaal, maar goede fee Antonia pakte haar glas FlugelSpablauw en gooide de inhoud over de ogen heen. Er volgde een grote explosie en als snel stond het kasteel in vuur en vlam. Goede fee Irena zwaaide met haar toverstokje en het volgende moment stonden de drie feeën, samen met het wiegje waar Liesje in lag, voor hun huisje in het grote bos. Omdat ze Liesje om tot op heden onduidelijke redenen terug konden brengen naar het kasteel, besloten ze haar op te voeden, ver van de grote, gemene buitenwereld.
Na een jaar leerde liesje lopen en al snel werd duidelijk wat de omvang was van de vervloeking van Renee. Naast het huisje van de feeëen bevond zich een klein meertje en Liesje was daar met geen man of macht uit te slaan. Iedere keer als Liesje ook maar naar het glinsterende wateroppervlak van het meertje keek, werd zij door een bovennatuurlijke, onzichtbare kracht het water ingetrokken. De feeën wisten zich geen raad, maar besloten er maar het beste van te maken.
Op een dag was Antonia flink aan het shoppen bij De Blokker, toen haar oog plotseling viel op een grote, witte plank die in de hoek van het kleine boswinkeltje stond. Enthousiast nam Antonia de duikplank mee naar het huisje en niet veel later hadden Irena en Stephania hem geïnstaleerd aan de rand van het meertje. Ook al was Liesje pas 1 jaar oud, ze was hartstikke blij met de duikplank.
Toen liesje 4 werd, ging ze op zwemles, samen met de pratende dieren uit het bos. Binnen de kortste keren had Liesje haar zwemdiploma en was ze ieder uur van de dag te vinden op haar duikplankje. Ze sprong alsof haar leven er vanaf hing. Samen met haar goede vriendin, Naatje de zeemeermin bracht ze vele uurtjes door in het meertje. Naatje leefde op de bodem van het meertje en was heel jaloers op de benen van Liesje. Zij was ook liever een benenmens geweest, maar ook zij was vervloekt door Renee van Maurik. Die wilde haar in een vis veranderen, maar dat was niet helemaal gelukt.
Op een dag moest Liesje koekjes gaan brengen naar haar Opa en Oma, die aan de andere kant van het bos woonden. Maar voordat ze dat ging doen, kreeg ze eerst een week geen eten van Irena, Antonia en Stephania. Volgens Opa en Oma was Liesje veel te dik en ze mocht ze pas langskomen als ze wat was afgevallen. Maar dat pikte Liesje niet! Ze werd zo kwaad op haar drie voogden dat ze kwaad haar rode kapje opzette en het bos in rende. Ze rende en rende totdat het langzaam begon te schemeren. Liesje was hopeloos verdwaald. Niet veel later werd de lucht donkerder en al snel was de koude nacht ingevallen. Liesje wist zich geen raad meer en viel snikkend in slaap tegen een grote boom.
Toen ze de volgende ochtend wakker werd, bleek dat ze de nacht had doorgebracht in de tuin van een Klein huisje, gemaakt van Koek en Speculaas. Liesje had al dagen niets meer gegeten, maar nog voordat ze de eerste hap van het chocolade tuinhekje wilde nemen, klonk er plotseling:”Knibbel knabbel knuisje, wie lust er een lekker glaasje Tinto de Verano?”In de deuropening stond Bea, de vriendelijke Heks (nouja Heks, ze kon eigenlijk niet toveren, maar omdat ze in het huisje van Koek en Speculaas woonde ging iedereen er vanuit dat ze een heks was). “Kom maar snel binnen, lief kind, dan schenk ik gauw een lekker glaasje voor je in. Samen met Bea begon Liesje zich vol te gieten en binnen no time was Liesje dronken - ze was tenslotte pas 4 jaar. Bea en Liesje besloten een rondje te gaan rijden door het bos in het Winkelwagentje van Bea. Liesje sprong in het winkelwagentje en Bea duwde haar enthousiast door het bos heen. Maar omdat bospad vol hobbels en kuilen zat, stuiterde Liesje alle kanten op in het winkelwagenje. Al snel zat ze onder de blauwe plekken. Ze kwamen aan bij de rand van het bos en niet veel later reden ze door de straten van het aangrenzende dorpje. Bea bracht Liesje naar een weeshuis en liet haar daar achter.
Binnen een maand kwamen er 2 mensen langs die heel graag een kindje wilden hebben. Het waren Paula en Bram. Ze namen Liesje mee naar het grote landhuis waar zj woonden, aan de rand van het bos. Paula had al twee kinderen uit een eerder huwelijk; Ilsonia en Leonia. Zij waren helemaal niet aardig tegen Liesje, ze moest allerlei stomme klusjes doen.
Op een donkere dag in November werd Bram heel erg ziek en stierf hij. Nu was Paula de baas in huis en samen met haar dochters nam ze de macht over. Liesje werd verbannen naar een klein kamertje naast de stookkachel in de kelder het huis en moest daar de hele dag as poetsen. Gelukkig kreeg ze heel veel steun van haar pratende muizenvriendjes (Liesje was immers een enorme dierenvriend), en samen met hen zorgden ze ervoor dat alle kutklusjes in huis geklaard werden.
De jaren gingen voorbij en op de dag van haar 25 e verjaardag viel er een grote, gouden enveloppe op de deurmat van het landhuis. Hij was van Prins Dion, die een groot bal bal gaf. Liesjes stiefmoeder- en zusjes waren door het dolle heen. Natuurlijk wilden zij maar al te graag dansen met de Prins Dion, want hij was heel hard op zoek naar een echtgenoot. Paula liet Liesje al de gaten in haar baljurken dichtnaaien, Ilsonia stuurde Liesje het dorp in om te zoeken naar de allermooiste ketting en van Leonia moest Liesje al Leonia's schoenen gaan poetsen. Eigenlijk wilde Liesje ook heel graag naar het bal, maar haar gemene stieffamilie zou dat nooit toelaten. Daarom ging ze maar aan de slag met naaien van de jurken en het poetsen van de schoenen. Bovendien vond ze bij Westgeest in het dorp een schitterende ketting voor Ilsonia; The Heart of the Ocean.
Op de dag van het bal waren Paula, Ilsonia en Leonia niet uit de badkamer weg te slaan. Ze waren allemaal druk bezig met zichzelf op te tutten, er mocht niets aan het toeval overgelaten worden. Toen het avond werd, kwam een grote koets de dames ophalen en Liesje bleef alleen achter in het lege landhuis. Ze baalde ontzettend dat ze niet mee mocht naar het bal en trok zich huilend terug in haar kamertje en kroop onder de dekens van haar bedje.
Plotseling begon er in het midden van haar kamer een verblindend wit licht te schijnen, dat langzaam in een knappe, gespierde, goedlachse, creatieve, slimme, betrouwbare, aardige, lieve, humoristische man veranderde. “Hallo ,ik ben Niels, je goede peetmoeder”, sprak de man. “Omdat je in je leven al zoveel elende hebt meegemaakt, mag je een wens doen en ik ga er voor zorgen dat ie uitkomt”.
Niet veel later liep Niels met Liesje op zijn rug door de straten van het dorpje te sjokken. Niels kon namelijk heel veel, maar niet toveren. Toen ze aan waren gekomen bij het kasteel van Prins Dion dropte Niels Liesje en verdween weer inde nacht. Liesje had snel een jurk van haar overbuurvrouw, Victoria Backham, aangetrokken. Ze had immers toch dezelfde maat. Liesje zocht haar weg naar de balzaal, maar voordat ze het wist, was ze verdwaald in het gangenstelsel van het Kasteel. Ze dwaalde door de gangen, maar had geen flauw idee waar ze was. Op een gegeven moment kwam ze aan bij een lange draaitrap die leidde naar een torenkamertje. Daar stond een naaimachine te ronken. Liesje was nu wel even helemaal klaar met de hele situatie en probeerde zich te verwonden aan de naald van het naaimachine. Ze prikte zich aan de naald en viel in een diepe slaap.
Na een paar uur werd ze wakker van een luid gesnurk dat uit een aquarium kwam, dat in de hoek van het kamertje stond. In het aquarium lag...
Naatje de Zeermeermin! Liesje probeerde Naatje wakker te maken, maar tervergeefs. Bovendien zou ze er toch niets aan hebben als ze Naatje wakker zou maken, want Naatje kon haar vissekom toch nooit verlaten. Radeloos ging Liesje in het raamkozijn zitten en gooide haar meterslange blonde haren (ze mocht van haar boze stiefmoeder niet naar de kapper) naar buiten. Maar wat was dat? Iemand beneden pakte haar lange vlecht vast en begon langzaam naar boven te klimmen. Liesje herkende de man uit haar dromen meteen, het was Prins Patrick! Ze viel hem in zijn armen en samen vluchtten ze het kasteel uit (Prins Patrick had een plattegrond meegenomen). Buiten aangekomen stapten ze op de snorfiets van Patrick en haastten zich snel naar het huisje van de drie goede feeën.
Marlies had namelijk nog wel een appeltje te schillen met de personages die in dit sprookje voorkomen. Maar eenmaal aangekomen bij het huisje, wachtte haar een grote verrassing.
Naast het huisje stond een pakje, snel maakte Liesje het open...
EINDE.
(Om dit verhaald niet een al te negatieve ondertoon te geven, is met voorbedachte rade het personage Marleen Hogeveen achterwege gelaten).